Diabetische retinopathie

Beschadiging van de bloedvaatjes in het netvlies door diabetes. Vaak merkt u het pas laat.

Samengevat

  • Diabetes kan de kleine bloedvaatjes in het netvlies aantasten. Dit heet diabetische retinopathie.
  • In het begin heeft u er geen last van. Daarom is het netvlies regelmatig laten controleren zo belangrijk.
  • Er zijn drie vormen: lekkende vaatjes (niet-proliferatief), nieuwe kwetsbare vaatjes (proliferatief) en vocht bij de gele vlek (maculopathie).
  • Een goed ingestelde bloedsuiker, bloeddruk en cholesterol, en niet roken, remmen de schade het sterkst.
  • Zo nodig behandelt de oogarts met laser of met injecties in het oog.
  • Plotseling veel vlekjes, een rode waas of snel slechter zien? Neem dezelfde dag contact op met uw huisarts of de huisartsenpost.
Bloedinkjes en vetachtige neerslag op het netvlies bij diabetes
Kleine bloedingen en vetachtige neerslag op het netvlies bij diabetes Hao, Liu, Li e.a., CC BY 4.0. Bijgesneden. Via Wikimedia Commons.

Wat is diabetische retinopathie?

  • Het netvlies is het dunne vlies achter in het oog dat licht opvangt. Het is doorweven met kleine bloedvaatjes.
  • Bij diabetes kan een langdurig verhoogde bloedsuiker deze vaatjes beschadigen. Ze gaan lekken of raken juist afgesloten.
  • Lekken de vaatjes, dan ontstaan kleine bloedinkjes en gele, vetachtige vlekjes op het netvlies. Raken ze afgesloten, dan krijgt een deel van het netvlies te weinig zuurstof.
  • Het netvlies probeert dat te compenseren door nieuwe vaatjes aan te maken. Die zijn kwetsbaar: ze kunnen bloeden of littekenweefsel vormen.
  • Iedereen met diabetes kan het krijgen, zowel bij type 1 als bij type 2. Hoe langer u diabetes heeft, hoe groter de kans.

Welke klachten horen erbij?

  • In het begin geen klachten, ook niet als er al afwijkingen zijn. Uw zicht zegt dus niet alles.
  • Wisselend wazig zien, vooral bij sterk schommelende bloedsuikers.
  • Wazig of vervormd zien in het midden van het beeld als er vocht bij de gele vlek zit. Lezen en gezichten herkennen worden dan lastiger.
  • Vlekjes, draadjes of een rode of donkere waas in het beeld wanneer een vaatje in het glasvocht bloedt.
  • In een laat stadium een schaduw of gordijn in het beeld, doordat littekenweefsel aan het netvlies trekt.

Hoe ontstaat het?

  • Een langdurig verhoogde bloedsuiker is de belangrijkste oorzaak.
  • Hoge bloeddruk en een verhoogd cholesterol verergeren de schade.
  • Roken beschadigt de kleine vaatjes nog extra.
  • Hoe langer u diabetes heeft, hoe groter de kans.
  • Tijdens een zwangerschap kan het sneller verergeren; het netvlies wordt dan vaker gecontroleerd.
  • Een snelle, sterke daling van de bloedsuiker, bijvoorbeeld bij de start van nieuwe medicijnen, kan het tijdelijk verergeren. Uw arts houdt daar rekening mee.

Vormen en stadia

  • Drie vormen: niet-proliferatief (lekkende of afgesloten vaatjes), proliferatief (nieuwe, kwetsbare vaatjes) en maculopathie (lekkage bij de gele vlek). Bij de controle krijgt elk oog een code die het stadium aangeeft.
  • Geen retinopathie (R0): er zijn geen afwijkingen zichtbaar. Controle meestal eens per twee jaar; is er twee keer achter elkaar niets te zien, dan eens per drie jaar.
  • Milde retinopathie (R1): kleine uitstulpingen van de vaatjes en enkele puntvormige bloedinkjes. Dit geeft geen klachten. Controle meestal jaarlijks.
  • Pre-proliferatieve retinopathie (R2): meer en grotere bloedinkjes, onregelmatige aders en afwijkende vaatjes in het netvlies. Het netvlies krijgt te weinig zuurstof. U wordt verwezen naar de oogarts.
  • Proliferatieve retinopathie (R3): er groeien nieuwe, kwetsbare vaatjes op het netvlies of de oogzenuw. Die kunnen bloeden of littekenweefsel vormen dat aan het netvlies trekt. U wordt met spoed verwezen en behandeld.
  • Maculopathie (M1): lekkage in of vlak bij de gele vlek, met vocht (macula-oedeem) en gele, vetachtige vlekjes. Dit kan in elk stadium voorkomen en is de belangrijkste oorzaak van slechter zien bij diabetes. U wordt verwezen naar de oogarts.
Nieuwe, kwetsbare vaatjes op het netvlies bij proliferatieve diabetische retinopathie
Nieuwe, kwetsbare vaatjes op het netvlies bij proliferatieve diabetische retinopathie National Eye Institute (NIH), publiek domein. Via Wikimedia Commons.
Gele vetachtige neerslag rond de gele vlek bij diabetisch macula-oedeem
Gele, vetachtige neerslag rond de gele vlek bij diabetisch macula-oedeem National Eye Institute (NIH), publiek domein. Bijgesneden. Via Wikimedia Commons.

Hoe wordt het behandeld?

  • Iedereen met diabetes krijgt periodiek een foto van het netvlies, geregeld via de huisarts of internist. Hoe vaak hangt af van wat er te zien is.
  • De basis van de behandeling is een goed ingestelde bloedsuiker, bloeddruk en cholesterol. Dat remt de schade in elk stadium.
  • Bij proliferatieve retinopathie behandelt de oogarts het netvlies met laser. De nieuwe vaatjes verdwijnen dan en de kans op bloedingen wordt kleiner.
  • Vocht bij de gele vlek wordt meestal behandeld met injecties in het oog die het lekken remmen. Het oog wordt vooraf verdoofd. Vaak zijn meerdere injecties nodig.
  • Is er nog weinig vocht en ziet u goed, dan kan de oogarts ook besluiten eerst af te wachten en vaker te controleren.
  • Bij een bloeding in het glasvocht die niet vanzelf verdwijnt, of als littekenweefsel aan het netvlies trekt, kan een operatie nodig zijn.
  • Bij Novio Oogzorg maken wij een foto en een OCT-scan van het netvlies en beoordelen wij het stadium. Wij sturen een verslag naar uw huisarts. Is behandeling nodig, dan verwijzen wij u door naar de oogarts.

Wat kunt u zelf doen?

  • Kom naar elke oogcontrole, ook als u goed ziet. Juist dan.
  • Houd uw bloedsuiker zo goed mogelijk op peil, samen met uw huisarts, praktijkondersteuner of internist.
  • Laat uw bloeddruk en cholesterol regelmatig controleren en neem uw medicijnen trouw in.
  • Stop met roken. Vraag uw huisarts om ondersteuning als dat moeilijk is.
  • Beweeg voldoende en let op uw voeding en gewicht.
  • Bent u zwanger of heeft u een kinderwens? Geef dat door, zodat uw ogen vaker worden gecontroleerd.
  • Controleer af en toe elk oog afzonderlijk door er één af te dekken. Zo merkt u sneller dat er iets verandert.

Wanneer neemt u contact op?

  • Plotseling veel nieuwe vlekjes, een roetregen of een rode waas in het beeld: neem dezelfde dag contact op met uw huisarts of de huisartsenpost.
  • Een gordijn of schaduw over een deel van het beeld: bel direct uw huisarts of de huisartsenpost, ook ’s avonds en in het weekend.
  • U bent aan uw oog behandeld en het oog wordt rood of pijnlijk, of u gaat slechter zien: bel direct de behandelende oogarts of uw huisarts.
  • Uw zicht gaat binnen enkele dagen duidelijk achteruit, of rechte lijnen worden krom: neem dezelfde dag contact op met uw huisarts.
  • U ziet geleidelijk waziger: vraag een afspraak aan via 085 225 23 69, en vraag een verwijzing aan bij uw huisarts.
  • Uw laatste oogcontrole is langer dan twee jaar geleden: vraag uw huisarts of praktijkondersteuner om een nieuwe afspraak.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.