Zo is het oog opgebouwd, en dit kan er misgaan. Zoek hieronder op een onderdeel of klacht, of klik op een nummer in de tekening. Bij elke klacht leest u de symptomen, de oorzaak, de behandeling en wanneer u direct contact opneemt.
Of klik op een nummer in de tekening hieronder.
Veertien onderdelen, van buiten naar binnen en van voren naar achteren. Klik op een onderdeel voor de uitleg.


Twee huidplooien met daarin een stevige plaat van bindweefsel, een rand met wimpers en in die rand zo’n dertig kliertjes die vet afgeven.
Met elke knipper, ongeveer vijftien keer per minuut, verdeelt het ooglid de traanfilm over het oog en veegt het stof weg. Het vet uit de kliertjes zorgt ervoor dat de traanfilm niet te snel verdampt.
Raken de kliertjes verstopt of ontstoken, dan gaat de kwaliteit van de traanfilm achteruit: de ogen branden, vormen korstjes of gaan juist tranen. Een verstopt kliertje kan uitgroeien tot een bultje in het ooglid.

Een laagje van minder dan een tiende millimeter over het hele oogoppervlak, opgebouwd uit drie lagen: vet aan de buitenkant, water in het midden en slijm onderop. Het traanvocht loopt via de binnenooghoek weg naar de neus.
De traanfilm houdt het oogoppervlak glad en helder, voedt het hoornvlies en bevat afweerstoffen. Zonder goede traanfilm wordt het zicht waziger, hoe gezond het oog verder ook is.
Te weinig traanvocht of te snelle verdamping geeft droge, branderige ogen. Verwarrend genoeg gaan droge ogen vaak juist tranen: het geprikkelde oog maakt dun vocht aan dat het probleem niet oplost. Een verstopte traanweg geeft een oog dat de hele dag loopt.

Een dun, doorzichtig vlies over het oogwit en aan de binnenzijde van de oogleden, met daarin fijne bloedvaatjes.
Het beschermt het oogoppervlak, houdt de traanfilm vast en maakt slijm aan. De vaatjes zorgen voor een snelle afweerreactie bij een infectie.
Bij prikkeling of infectie zetten de vaatjes uit en kleurt het oog rood. Bijna altijd is dat het bindvlies en niet het oog zelf. Ook een allergie geeft rode, jeukende en waterige ogen.

Het heldere venster aan de voorkant van het oog: ongeveer een halve millimeter dik, zonder bloedvaten en met zeer veel zenuwuiteinden.
Het hoornvlies is de sterkste lens van het oog: ongeveer 40 van de 60 dioptrie komt hiervandaan. Het is bovendien de eerste verdedigingslinie tegen infecties.
Een klein krasje doet direct veel pijn; het hoornvlies is een van de gevoeligste plekken van het lichaam. Een ontsteking of zweer bedreigt het zicht en vraagt om spoedzorg. Ook een onregelmatige vorm, zoals cilinder of keratoconus, ontstaat hier.

De ruimte tussen hoornvlies en iris. Die is gevuld met helder kamerwater dat voortdurend wordt aangemaakt en via een filter in de kamerhoek weer wordt afgevoerd.
Het kamerwater voedt het hoornvlies en de lens, die zelf geen bloedvaten hebben, en houdt het oog op spanning. Een normale oogdruk ligt ongeveer tussen 10 en 21 mmHg.
Wordt het vocht minder goed afgevoerd, dan stijgt de druk, meestal langzaam en zonder pijn. Sluit de kamerhoek plotseling af, dan loopt de druk snel op, met hevige pijn, misselijkheid en kringen rond lampen: dat is een spoedgeval.

De gekleurde ring met in het midden een opening. Het zwart dat u ziet, is geen onderdeel maar de binnenkant van het oog.
Twee kleine spieren regelen de opening, van ongeveer 2 millimeter in fel licht tot 8 millimeter in het donker. Zo valt er steeds ongeveer evenveel licht op het netvlies.
Bij een ontsteking binnen in het oog doet het bewegen van de iris pijn en wordt het oog lichtschuw. Twee duidelijk verschillende pupillen, of een pupil die niet reageert, zijn altijd een reden om snel te laten kijken.

Een heldere, buigzame lens achter de iris, opgehangen aan honderden dunne draadjes.
De lens verandert van vorm om scherp te stellen: boller voor dichtbij en platter voor veraf. Hij levert ongeveer 20 dioptrie; dat is het deel van de sterkte dat zich kan aanpassen.
Vanaf ongeveer veertig jaar wordt de lens stugger, waardoor scherpstellen op dichtbij moeilijker gaat. Wordt de lens troebel, dan is er sprake van staar: waziger zien, doffere kleuren en meer last van tegenlicht.

Een ring van spierweefsel en kliertjes achter de iris, waaraan de lens hangt.
Het heeft twee taken tegelijk: het maakt het kamerwater aan, en het spant of ontspant de ophangdraadjes van de lens om scherp te stellen.
Wordt er te veel vocht aangemaakt of te weinig afgevoerd, dan stijgt de oogdruk. Een ontsteking op deze plek valt onder uveïtis en geeft pijn, lichtschuwheid en wazig zien.

De heldere gelei tussen lens en netvlies: ongeveer 4 milliliter, bijna volledig water en goed voor zo’n 80 procent van de inhoud van het oog.
Het geeft het oog zijn vorm en laat het licht ongehinderd door.
Met de jaren wordt de gelei vloeibaarder en klonteren eiwitten samen tot draadjes en vlekjes die met uw blik meebewegen. Komt het glasvocht los van het netvlies, dan kunnen er lichtflitsen bij komen, en soms scheurt het netvlies daarbij.

Een dun, doorschijnend vlies dat de achterkant van het oog aan de binnenzijde bekleedt, met zo’n 120 miljoen staafjes en 6 miljoen kegeltjes.
Hier wordt licht omgezet in zenuwsignalen. De kegeltjes zorgen voor scherpte en kleur, de staafjes voor zien in de schemering en voor wat u vanuit uw ooghoeken opmerkt.
Laat het netvlies los, dan valt het beeld op die plek weg: er schuift een gordijn of schaduw op. Dat is een spoedgeval. Diabetes en hoge bloeddruk beschadigen de vaatjes in het netvlies, meestal lang voordat iemand er iets van merkt.

Een gebied van ongeveer vijf millimeter in het midden van het netvlies, precies waar het licht binnenkomt. Vrijwel alle kegeltjes liggen hier.
Alles wat u scherp ziet: lezen, gezichten herkennen en kleuren onderscheiden. De rest van het netvlies levert het beeld daaromheen.
Bij schade blijft het beeld rondom bestaan, maar valt het midden weg of raakt het vervormd; rechte lijnen gaan golven. Dat zien we bij maculadegeneratie en bij vocht in de gele vlek.

Een bundel van ongeveer een miljoen zenuwvezels die aan de achterkant het oog verlaat. Op die plek liggen geen lichtgevoelige cellen: de blinde vlek.
De oogzenuw brengt alle signalen naar de achterkant van de hersenen. Pas daar ontstaat het beeld: niet het oog, maar de hersenen zien.
Verloren zenuwvezels herstellen niet. Bij glaucoom verdwijnen ze geleidelijk, eerst aan de randen van het gezichtsveld, waar het lang onopgemerkt blijft. Een ontsteking van de oogzenuw geeft juist snel minder zicht en pijn bij het bewegen van het oog.

De harde oogrok is de stevige witte buitenwand: het oogwit. Daarbinnen ligt het vaatvlies, een donkere laag vol bloedvaten.
De oogrok houdt het oog in model en beschermt wat erin zit. Het vaatvlies voedt de buitenste lagen van het netvlies en vangt strooilicht op, zodat het beeld niet vervaagt.
Een ontsteking van de oogrok geeft een diep, borend gevoel en een dieprode plek die niet verdwijnt met druppels. Een ontsteking van het vaatvlies zit binnen in het oog en geeft lichtschuwheid en wazig zien.

Zes kleine spieren per oog, vastgehecht aan de buitenkant van de oogbol en aangestuurd door drie hersenzenuwen.
Ze bewegen beide ogen precies gelijk, zodat de hersenen de twee beelden tot één kunnen samenvoegen. Daaruit ontstaat dieptezien.
Werkt een spier of zenuw niet goed, dan lopen de beelden uit elkaar en ziet u dubbel. Nieuw dubbelzien dat niet verdwijnt wanneer u één oog afdekt, moet dezelfde dag beoordeeld worden.
Dertien aandoeningen die wij in de praktijk veel zien. Klik op een klacht; bij elke klacht vindt u dezelfde vier onderdelen.

Onderdeel: Bindvlies
Meestal door een virus, vaak na of tijdens een verkoudheid, soms door een bacterie. Ook een allergie geeft dit beeld, net als prikkeling door rook, chloorwater of contactlenzen. Een virale ontsteking is besmettelijk.

Onderdeel: Traanfilm en traanwegen




Onderdeel: Ooglid en wimpers
De kliertjes in de ooglidrand maken te veel of te dikke talg aan, en bacteriën op de ooglidrand spelen een rol. Het hangt vaak samen met huidaandoeningen zoals rosacea of seborroïsch eczeem en is een langdurige aandoening.


Onderdeel: Ooglid en wimpers
Bij een strontje is een haarzakje of kliertje aan de ooglidrand ontstoken. Bij een gerstekorrel is een talgkliertje verstopt geraakt en ingekapseld. Beide komen vaker voor bij een ooglidrandontsteking.

Onderdeel: Hoornvlies
Een vuiltje, metaalsplinter, takje, nagel of contactlens beschadigt het oppervlak. Ook een chemische stof kan het hoornvlies aantasten. Omdat het hoornvlies zo veel zenuwen bevat, doet zelfs een klein krasje veel pijn.

Onderdeel: Ooglens
In de loop der jaren klonteren eiwitten in de ooglens samen, waardoor de lens troebel wordt. Ouder worden is veruit de belangrijkste oorzaak; boven de zeventig heeft bijna iedereen er in meer of mindere mate mee te maken. Roken, veel zonlicht zonder bescherming, diabetes, langdurig prednisongebruik en een klap op het oog versnellen het proces.

Onderdeel: Voorste oogkamer en oogdruk
Het kamerwater wordt niet goed afgevoerd, waardoor de druk in het oog stijgt en de zenuwvezels in de oogzenuw langzaam verloren gaan. De kans is groter naarmate u ouder wordt, bij glaucoom in de familie, bij sterke bijziendheid en bij bepaalde afkomst. Bij de acute vorm sluit de kamerhoek plotseling af.

Onderdeel: Glasvocht
Met de jaren wordt het glasvocht vloeibaarder en klonteren de eiwitten erin samen; die klontjes werpen schaduwen op het netvlies. Uiteindelijk komt het glasvocht los van het netvlies. Dat gebeurt eerder bij bijziendheid, na een staaroperatie en na een klap op het oog.

Onderdeel: Netvlies
Meestal ontstaat eerst een scheurtje in het netvlies, vaak tijdens een glasvochtloslating. Door dat scheurtje komt vocht achter het netvlies, waardoor het loskomt van de onderlaag. De kans is groter bij sterke bijziendheid, na een staaroperatie, na een ongeval en bij netvliesloslating in de familie.

Onderdeel: Gele vlek
De gele vlek veroudert. Bij de droge vorm hopen afvalstoffen zich op onder het netvlies. Bij de natte vorm groeien er nieuwe, lekkende bloedvaatjes onder de gele vlek. Roken en erfelijke aanleg zijn de belangrijkste risicofactoren.

Onderdeel: Netvlies
Een langdurig verhoogde bloedsuiker beschadigt de kleine bloedvaatjes in het netvlies. Die gaan lekken of raken afgesloten, waarna het netvlies zuurstof tekortkomt en nieuwe, kwetsbare vaatjes aanmaakt. Hoge bloeddruk en roken versnellen dat proces.
Meer informatie: Diabetische retinopathie

Onderdeel: Netvlies
Langdurig hoge bloeddruk maakt de wanden van de slagadertjes dikker en stijver. Ze worden nauwer en drukken de adertjes in waar ze elkaar kruisen. Bij een zeer hoge bloeddruk gaan de vaatjes lekken en kan de oogzenuw opzwellen. Roken, diabetes en een hoog cholesterol verergeren de schade.
Meer informatie: Hypertensieve retinopathie

Onderdeel: Iris en pupil
De iris, het straallichaam of het vaatvlies raakt ontstoken. Vaak is er geen duidelijke oorzaak. Soms hangt het samen met reuma, de ziekte van Bechterew, sarcoïdose, de ziekte van Crohn of een infectie.
De tekening van het oog is speciaal voor deze pagina gemaakt. De foto’s komen uit vrij te gebruiken medische beeldbanken en staan hier met naamsvermelding.
Over een aantal van de klachten hierboven is een aparte pagina met uitgebreidere uitleg: wat het is, hoe het ontstaat, hoe het behandeld wordt, wat u zelf kunt doen en wanneer u contact opneemt.
Wij gebruiken cookies om de website goed te laten werken, om te meten hoe de site wordt gebruikt en om het bereik van onze advertenties te meten. U kunt uw keuze altijd aanpassen.