Map-dot-fingerprint dystrofie

Kleine onregelmatigheden in de bovenste laag van het hoornvlies. Vaak zonder klachten, soms wazig zien of een pijnlijk oog bij het wakker worden.

Samengevat

  • Bij map-dot-fingerprint dystrofie hecht de bovenste laag van het hoornvlies niet goed aan de laag eronder.
  • In het hoornvlies ontstaan dan vlekjes, stipjes en lijntjes. Ze lijken op een landkaart (map), puntjes (dot) en vingerafdrukken (fingerprint).
  • Veel mensen merken er niets van. Anderen zien wazig of wisselend, of hebben een pijnlijk oog bij het wakker worden.
  • Die ochtendpijn ontstaat doordat het bovenste laagje van het hoornvlies loslaat. Dat heet een terugkerende hoornvlieserosie.
  • Bevochtigende druppels overdag en een ooggel of oogzalf voor de nacht helpen meestal goed.
  • Blijven de klachten terugkomen, dan kan de oogarts het bovenste laagje behandelen.
Map-dot-fingerprint dystrofie: vlekken (kaart), stipjes en fijne lijntjes (vingerafdruk) in het hoornvlies, en een doorsnede van de slecht hechtende bovenste laag
Map-dot-fingerprint dystrofie: vlekken (kaart), stipjes en fijne lijntjes (vingerafdruk) in het hoornvlies, en een doorsnede van de slecht hechtende bovenste laag

Wat is map-dot-fingerprint dystrofie?

  • Het hoornvlies is het heldere venster vooraan uw oog. De buitenste laag heet het epitheel. Die zit vast op een dun vlies eronder: de basaalmembraan.
  • Bij map-dot-fingerprint dystrofie is dat vlies op sommige plekken te dik, dubbel of onregelmatig. Het epitheel hecht daar minder goed.
  • Met de spleetlamp zijn dan grijze vlekken (de landkaart), kleine witte puntjes (de stippen) en fijne gebogen lijntjes (de vingerafdrukken) te zien.
  • De naam beschrijft dus wat er te zien is. Andere namen zijn epitheliale basaalmembraandystrofie en de dystrofie van Cogan.
  • Het is de meest voorkomende hoornvliesdystrofie. Het zit vaak in beide ogen, niet altijd even erg.
  • Het beeld kan in de loop van de tijd veranderen: plekjes komen en gaan.
  • Het is geen ontsteking en niet besmettelijk. Het leidt niet tot blindheid.

Welke klachten horen erbij?

  • Vaak zijn er geen klachten. Het wordt dan toevallig gevonden bij een oogonderzoek.
  • Wazig, vervormd of wisselend zicht, vooral als de afwijkingen midden in het hoornvlies liggen.
  • Schaduwbeelden of dubbelzien met één oog.
  • Een plotselinge, scherpe pijn bij het openen van de ogen ’s ochtends, met tranen, roodheid en lichtschuwheid.
  • Het gevoel dat er een zandkorrel in het oog zit.
  • Klachten die na een rustige periode steeds terugkomen.
  • Een brilsterkte die moeilijk goed te meten is of steeds wisselt.

Hoe ontstaat het?

  • Meestal is er geen duidelijke oorzaak. Het hangt samen met het ouder worden van het hoornvlies en komt vooral voor vanaf het 40e levensjaar.
  • Soms komt het in de familie voor.
  • Het komt iets vaker voor bij vrouwen.
  • Een eerder krasje of andere beschadiging van het hoornvlies kan dezelfde losse hechting geven.
  • ’s Nachts drogen de ogen wat uit en kan het ooglid aan het hoornvlies blijven plakken. Bij het openen van de ogen trekt het losse laagje dan mee. Daarom ontstaan de klachten vaak bij het wakker worden.
  • Droge ogen, ooglidrandontsteking en wrijven in de ogen maken de klachten erger.
  • Map-dot-fingerprint dystrofie is niet besmettelijk.

Welke vormen en stadia zijn er?

  • Kaartvorm (map): grijze, onregelmatige vlekken met een scherpe rand, als landen op een kaart.
  • Stippen (dot): kleine grijswitte puntjes of blaasjes in de bovenste laag van het hoornvlies.
  • Vingerafdrukken (fingerprint): fijne, gebogen lijntjes naast elkaar. Ze zijn het best te zien met licht van achteren.
  • Deze vormen komen los of samen voor, en kunnen in de tijd veranderen.
  • Zonder klachten: de afwijkingen zijn alleen bij onderzoek te zien.
  • Met wazig zien: de afwijkingen liggen voor de pupil en maken het oppervlak van het hoornvlies onregelmatig.
  • Met terugkerende erosies: het bovenste laagje laat steeds opnieuw los en geeft pijnaanvallen.

Hoe wordt het vastgesteld?

  • De gezichtsscherpte en de sterkte worden gemeten. Een onregelmatig oppervlak geeft soms een wisselende of moeilijk te meten sterkte.
  • Met de spleetlamp wordt het hoornvlies bekeken, ook met licht van achteren. Daarbij worden de vlekjes, stipjes en lijntjes zichtbaar.
  • Met fluoresceïne, een gele kleurstof, is te zien of het oppervlak glad is of dat er een beschadiging is.
  • De traanfilm en de ooglidranden worden beoordeeld, omdat droge ogen en ooglidrandontsteking de klachten verergeren.
  • Soms wordt een hoornvliesscan (topografie) gemaakt om te meten hoe onregelmatig het oppervlak is.
  • Wordt een staaroperatie of ooglaserbehandeling overwogen, dan wordt eerst beoordeeld of de dystrofie de metingen beïnvloedt.

Hoe wordt het behandeld?

  • Zonder klachten is behandeling niet nodig.
  • Bevochtigende druppels overdag houden het oppervlak van het hoornvlies glad.
  • Een ooggel of oogzalf voor de nacht helpt voorkomen dat het bovenste laagje bij het wakker worden loslaat. Dit is vaak enkele maanden nodig, ook als de klachten al weg zijn.
  • Soms helpen zoutdruppels of zoutzalf. Die trekken vocht uit de bovenste laag van het hoornvlies.
  • Bij een erosie kan de arts een verbandlens geven. Die beschermt het oog terwijl het herstelt.
  • Komen de erosies steeds terug, of blijft het zicht wazig, dan kan de oogarts het losse epitheel weghalen en het oppervlak gladmaken. Dat kan met een fijn instrument of met een laser (PTK).
  • Het epitheel groeit daarna in enkele dagen terug en hecht dan meestal beter.
  • Is een staaroperatie of ooglaserbehandeling nodig, dan behandelt de oogarts het oppervlak soms eerst, zodat de metingen kloppen.
  • Droge ogen en ooglidrandontsteking worden zo nodig ook behandeld.

Wat kunt u zelf doen?

  • Gebruik de druppels, gel of zalf zoals afgesproken, ook als het goed gaat.
  • Doe uw ogen bij het wakker worden rustig open. Of druppel eerst, met de ogen nog dicht, en knipper daarna een paar keer.
  • Wrijf niet in uw ogen, zeker niet ’s ochtends.
  • Zorg voor een niet te droge slaapkamer en vermijd een ventilator of airco die op uw gezicht blaast.
  • Verzorg uw oogleden elke dag als u ook ooglidrandontsteking heeft.
  • Draag buiten een bril of zonnebril als wind of fel licht uw ogen irriteert.
  • Vertel dat u deze dystrofie heeft als u een staaroperatie, ooglaserbehandeling of contactlenzen overweegt.

Wanneer neemt u contact op?

  • U heeft een pijnlijk, rood oog dat niet binnen een dag beter wordt, of u gaat duidelijk slechter zien: neem dezelfde dag contact op met uw huisarts of de huisartsenpost.
  • U draagt contactlenzen en uw oog is pijnlijk en rood: haal de lens uit en neem dezelfde dag contact op met uw huisarts of de huisartsenpost.
  • U heeft steeds terugkerende pijnaanvallen bij het wakker worden.
  • U ziet wazig, wisselend of dubbel met één oog.
  • Uw brilsterkte verandert steeds.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.