Laser en operatie bij glaucoom

Als druppels de oogdruk niet genoeg verlagen, kan een laserbehandeling of operatie helpen om de oogzenuw te beschermen.

Samengevat

  • Bij glaucoom raakt de oogzenuw beschadigd, vaak door een te hoge oogdruk. Verloren zicht komt niet terug.
  • De behandeling verlaagt de oogdruk, zodat de schade niet erger wordt.
  • Meestal begint de behandeling met druppels. Ook een laserbehandeling (SLT) kan een eerste keuze zijn.
  • Helpen druppels en laser niet genoeg, dan kan een operatie een nieuwe afvoer voor het oogvocht maken.
  • Bij een nauwe kamerhoek kan een klein gaatje in de iris met een laser een acute aanval voorkomen.
  • Na elke behandeling blijven controles nodig, vaak levenslang.
Bij een trabeculectomie maakt de oogarts een nieuwe afvoer, zodat het oogvocht onder het bindvlies kan wegvloeien
Bij een trabeculectomie maakt de oogarts een nieuwe afvoer, zodat het oogvocht onder het bindvlies kan wegvloeien. National Eye Institute, publiek domein. Via Wikimedia Commons.

Wat houdt het in?

  • In het oog wordt voortdurend vocht aangemaakt. Dat vloeit af via een zeefje in de kamerhoek, tussen het hoornvlies en de iris.
  • Als de afvoer niet goed werkt, stijgt de oogdruk. Dat kan de oogzenuw beschadigen.
  • Laser en operaties zorgen dat het oogvocht beter afvloeit, of dat er minder vocht wordt aangemaakt.
  • Ze genezen glaucoom niet en herstellen geen verloren zicht. Ze helpen wel om het zicht dat u heeft te behouden.

Wanneer is het nodig?

  • De oogdruk blijft te hoog, ook met druppels.
  • De schade aan de oogzenuw of het gezichtsveld neemt toe.
  • U verdraagt de druppels niet goed of het lukt niet om ze trouw te gebruiken.
  • Bij onderzoek blijkt de kamerhoek nauw, met kans op een acute glaucoomaanval.
  • U heeft ook staar. Dan kan een staaroperatie soms worden gecombineerd met een glaucoombehandeling.

Welke soorten zijn er?

  • SLT-laser (selectieve lasertrabeculoplastiek): de laser behandelt het zeefje in de kamerhoek, zodat het vocht beter afvloeit. Kort, pijnloos en zonder snijden. Het effect kan na enkele jaren afnemen en de behandeling kan worden herhaald.
  • YAG-iridotomie: een klein gaatje in de rand van de iris bij een nauwe kamerhoek. Dit voorkomt een acute aanval.
  • Minimaal invasieve glaucoomchirurgie (MIGS): een heel klein buisje of implantaat, vaak tegelijk met een staaroperatie.
  • Trabeculectomie: de oogarts maakt een nieuw afvoerkanaaltje onder het bindvlies. Het vocht vormt daar een klein blaasje.
  • Drainage-implantaat (buisje): een dun buisje voert het vocht af naar een plaatje achter op het oog. Vaak gebruikt als andere operaties niet genoeg werken.
  • Laser van het straallichaam (cyclofotocoagulatie): vermindert de aanmaak van oogvocht.

Welk onderzoek gaat eraan vooraf?

  • De oogdruk wordt gemeten, vaak op meerdere momenten.
  • Het gezichtsveld wordt onderzocht om te zien of de schade toeneemt.
  • De oogzenuw wordt bekeken en met een OCT-scan gemeten.
  • De kamerhoek wordt bekeken met een speciaal contactglas (gonioscopie) of met een scan.
  • De dikte van het hoornvlies wordt gemeten, omdat die de oogdrukmeting beïnvloedt.
  • De oogarts kiest samen met u de behandeling die bij uw soort glaucoom en uw situatie past.

Hoe gaat het?

  • Een laserbehandeling gebeurt achter een apparaat dat op een spleetlamp lijkt. Het oog wordt verdoofd met druppels en de behandeling duurt een paar minuten.
  • Na een laserbehandeling wordt soms na een uur de oogdruk gemeten. U kunt daarna naar huis.
  • Een operatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving en duurt 30 tot 60 minuten.
  • Na een operatie zijn er in de eerste weken vaak controles, soms enkele keren per week.
  • Soms worden in de eerste weken hechtingen aangepast of wordt het blaasje met een injectie of ingreep bijgestuurd.
  • Met uw oogdruppels stopt u alleen als de oogarts dat zegt.

Wat kunt u na de behandeling zelf doen?

  • Gebruik uw druppels zoals afgesproken, ook na een laser of operatie, tot de oogarts iets anders zegt.
  • Ga op alle controles. Glaucoom geeft lang geen klachten, dus u merkt zelf niet of de druk te hoog is.
  • Wrijf niet in het oog na een operatie en draag ’s nachts het kapje.
  • Vermijd na een operatie de eerste weken zwaar tillen, bukken en zwemmen.
  • Is er een blaasje gemaakt (trabeculectomie)? Wees dan levenslang alert op een rood, pijnlijk oog.
  • Komt glaucoom in uw familie voor? Laat dan uw ogen regelmatig onderzoeken.

Wat zijn de risico’s?

  • Na een SLT-laser kan het oog een dag wat geïrriteerd zijn. Ernstige complicaties zijn zeldzaam.
  • Na een operatie kan de oogdruk te laag of weer te hoog worden. Dat wordt in de eerste weken nauwkeurig gevolgd.
  • Na een operatie ontstaat vaker staar.
  • Rondom een blaasje kan, ook na jaren, een infectie ontstaan. Die vraagt snelle behandeling.
  • Het effect van een behandeling kan met de tijd afnemen. Dan is een aanvullende behandeling nodig.

Wanneer neemt u contact op?

  • U krijgt plotseling een pijnlijk, rood oog met wazig zien, kringen rond lampen, hoofdpijn of misselijkheid: neem meteen contact op met uw huisarts of de huisartsenpost. Dit kan wijzen op een acute glaucoomaanval.
  • U bent geopereerd aan glaucoom en het oog wordt rood, pijnlijk of plakkerig, of u gaat slechter zien: bel dezelfde dag de kliniek. Dit kan ook jaren na de operatie wijzen op een infectie.
  • U merkt dat uw zicht of gezichtsveld minder wordt.
  • U heeft last van de druppels of het lukt niet ze goed te gebruiken: bespreek dit bij uw volgende controle.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.