Fuchs endotheeldystrofie

De binnenste cellaag van het hoornvlies werkt minder goed. Het hoornvlies houdt vocht vast en u ziet wazig, vooral ’s ochtends.

Samengevat

  • Bij Fuchs endotheeldystrofie gaan de cellen aan de binnenkant van het hoornvlies langzaam verloren.
  • Die cellen pompen vocht uit het hoornvlies. Lukt dat minder goed, dan zwelt het hoornvlies op en wordt het troebel.
  • U ziet wazig, vooral bij het opstaan. In het begin trekt dat in de loop van de ochtend weg.
  • De aandoening is vaak erfelijk, zit in beide ogen en geeft meestal pas na het 50e levensjaar klachten.
  • Zoutdruppels en voorzichtig föhnen kunnen de ochtendwaas verminderen.
  • Wordt het zicht te slecht, dan kan de oogarts de binnenste cellaag vervangen door die van een donor.
Links een gezond hoornvlies, rechts Fuchs endotheeldystrofie: er zijn te weinig cellen en het hoornvlies houdt vocht vast
Links een gezond hoornvlies, rechts Fuchs endotheeldystrofie: er zijn te weinig cellen en het hoornvlies houdt vocht vast

Wat is Fuchs endotheeldystrofie?

  • Het hoornvlies is het heldere venster vooraan uw oog. Aan de binnenkant zit één laag cellen: het endotheel.
  • Die cellen pompen voortdurend vocht uit het hoornvlies. Daardoor blijft het hoornvlies dun en helder.
  • Endotheelcellen delen zich niet. Cellen die verloren gaan, komen niet terug.
  • Bij Fuchs endotheeldystrofie gaan de cellen sneller verloren dan normaal. Op het vlies waarop ze liggen ontstaan kleine bobbeltjes, guttae genoemd.
  • Blijven er te weinig cellen over, dan houdt het hoornvlies vocht vast. Het zwelt op en wordt troebel.
  • De aandoening zit in beide ogen, vaak in het ene oog erger dan in het andere.
  • Het verloopt langzaam, over vele jaren. Lang niet iedereen met guttae krijgt klachten.

Welke klachten horen erbij?

  • Wazig zien bij het opstaan, alsof u door een beslagen ruit kijkt. In het begin trekt dat binnen enkele uren weg.
  • Later duurt de waas langer, en uiteindelijk blijft het zicht de hele dag wazig.
  • Last van schittering en kringen rond lampen, vooral in het donker en bij tegenlicht.
  • Minder contrast: kleuren en details zijn fletser.
  • Gevoelig voor fel licht.
  • In een later stadium een zanderig of pijnlijk gevoel, doordat er blaasjes op het hoornvlies ontstaan die kunnen openspringen.
  • Het zicht wisselt van dag tot dag en is vaak slechter bij vochtig weer.

Hoe ontstaat het?

  • Fuchs endotheeldystrofie is vaak erfelijk. Heeft een ouder het, dan is de kans groter dat u het ook krijgt.
  • Het kan ook voorkomen zonder dat iemand in de familie het heeft.
  • Het komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.
  • De eerste veranderingen ontstaan meestal vanaf het 40e levensjaar. Klachten komen vaak pas na het 50e of 60e levensjaar.
  • Roken en diabetes vergroten mogelijk de kans dat het erger wordt.
  • Een oogoperatie, zoals een staaroperatie, kost altijd enkele endotheelcellen. Bij Fuchs kunnen de klachten daarna toenemen.
  • ’s Nachts zijn uw oogleden dicht en verdampt er geen vocht uit het hoornvlies. Daarom is de waas ’s ochtends het ergst.

Welke vormen en stadia zijn er?

  • Stadium 1: er zijn guttae te zien bij onderzoek, maar het hoornvlies is helder. U heeft geen klachten.
  • Stadium 2: het hoornvlies houdt vocht vast. U ziet ’s ochtends wazig; in de loop van de dag klaart het op.
  • Stadium 3: het zicht blijft de hele dag wazig. Op het hoornvlies ontstaan blaasjes, die pijn geven als ze openspringen.
  • Stadium 4: in het hoornvlies ontstaan littekens. Het zicht is blijvend slecht; de pijn wordt vaak juist minder.

Hoe wordt het vastgesteld?

  • De gezichtsscherpte wordt gemeten. Die kan ’s ochtends duidelijk slechter zijn dan ’s middags.
  • Met de spleetlamp wordt de binnenkant van het hoornvlies bekeken. De guttae zijn daar zichtbaar als kleine putjes, en ook vochtophoping is te zien.
  • Met een speciale camera worden de endotheelcellen gefotografeerd en geteld.
  • De dikte van het hoornvlies wordt gemeten. Een dikker hoornvlies wijst op vochtophoping.
  • Met een hoornvliesscan wordt de zwelling in beeld gebracht en in de tijd gevolgd.
  • De celtelling en de hoornvliesscan worden meestal bij de oogarts gedaan; de verwijzing loopt via uw huisarts of optometrist.

Hoe wordt het behandeld?

  • Zonder klachten is behandeling niet nodig. Controle is dan voldoende.
  • Bij ochtendwaas kunnen zoutdruppels of zoutzalf helpen. Die trekken vocht uit het hoornvlies.
  • De cellen komen daarmee niet terug. Druppels verlichten de klachten, maar stoppen de aandoening niet.
  • Springen er blaasjes open, dan kan een verbandlens de pijn verminderen.
  • Wordt het zicht te slecht, dan kan de oogarts een hoornvliestransplantatie doen. Alleen het binnenste laagje wordt vervangen door dat van een donor. Die operaties heten DMEK en DSAEK.
  • Het donorlaagje wordt met een lucht- of gasbel op zijn plaats gedrukt. Daarom ligt u de eerste dagen zoveel mogelijk plat op uw rug.
  • Het zicht herstelt in weken tot maanden. Daarna druppelt u lang door om afstoting te voorkomen.
  • Heeft u ook staar, dan weegt de oogarts af of de staaroperatie apart of samen met de transplantatie wordt gedaan.

Wat kunt u zelf doen?

  • Föhn uw ogen ’s ochtends voorzichtig droog: houd de föhn op armlengte, op de lauwe stand, en blaas enkele minuten langs uw gezicht. Het vocht verdampt dan sneller.
  • Gebruik de zoutdruppels of zoutzalf zoals afgesproken.
  • Draag een zonnebril of een pet bij fel licht, als u last heeft van schittering.
  • Rijd niet als u wazig ziet. Plan autoritten liever later op de dag.
  • Vertel altijd dat u Fuchs endotheeldystrofie heeft als u een staaroperatie of ooglaserbehandeling overweegt.
  • Komt het in uw familie voor? Laat uw ogen dan vanaf ongeveer het 40e levensjaar controleren.
  • Rook niet.

Wanneer neemt u contact op?

  • U heeft een hoornvliestransplantatie gehad en het oog wordt rood, pijnlijk of lichtschuw, of u gaat slechter zien: bel dezelfde dag uw oogarts. Dit kan op afstoting wijzen.
  • Uw oog doet plotseling erg pijn, is rood en u kunt slecht tegen licht: neem dezelfde dag contact op met uw huisarts of de huisartsenpost.
  • De ochtendwaas duurt steeds langer of trekt niet meer weg.
  • U krijgt meer last van schittering, of autorijden in het donker wordt moeilijk.
  • U heeft regelmatig het gevoel dat er iets in uw oog zit.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.