Ooginjecties

Medicijn wordt met een heel dun naaldje in het oog gespoten. Zo wordt het zicht beschermd bij natte maculadegeneratie en vocht in de gele vlek.

Samengevat

  • Bij een ooginjectie spuit de oogarts een medicijn in het glasvocht, achter de lens.
  • De meest gebruikte middelen remmen de groei van lekkende bloedvaatjes (anti-VEGF).
  • Ooginjecties worden vooral gegeven bij natte maculadegeneratie, diabetische maculopathie en vocht in de gele vlek na een afgesloten bloedvat.
  • Het oog wordt goed verdoofd. De meeste mensen voelen alleen een kort drukje.
  • Meestal zijn meerdere injecties nodig, vaak met een vast schema over langere tijd.
  • De injecties remmen de aandoening en kunnen het zicht soms verbeteren, maar genezen haar niet.
Een oogarts geeft een ooginjectie onder de operatiemicroscoop
Een oogarts geeft een ooginjectie onder de operatiemicroscoop. Zkalila1998, CC BY-SA 4.0. Via Wikimedia Commons.

Wat houdt het in?

  • De gele vlek (macula) is het midden van het netvlies. Daarmee leest u en herkent u gezichten.
  • Bij sommige aandoeningen groeien er zwakke bloedvaatjes of lekt er vocht in de gele vlek. Het zicht wordt dan wazig of vervormd.
  • Een stof in het oog, VEGF, stimuleert die lekkage en vaatgroei. Anti-VEGF-medicijnen blokkeren die stof.
  • Het medicijn wordt rechtstreeks in het oog gespoten, zodat het precies daar werkt waar het nodig is.
  • Voorbeelden van middelen zijn bevacizumab, ranibizumab, aflibercept en faricimab. Soms wordt een ontstekingsremmer (corticosteroïd) gegeven.

Wanneer is het nodig?

  • Natte maculadegeneratie: plotseling wazig of vervormd zien, rechte lijnen die golven, of een vlek midden in het beeld.
  • Diabetische maculopathie: vocht in de gele vlek bij diabetes, waardoor het zicht minder wordt.
  • Een afgesloten bloedvat in het netvlies (veneuze occlusie) met vocht in de gele vlek.
  • Soms andere aandoeningen met lekkende bloedvaatjes, zoals bij hoge bijziendheid.
  • Bij natte maculadegeneratie is snel starten belangrijk. Het liefst binnen enkele weken na de eerste klachten.

Welke soorten zijn er?

  • Oplaadfase: meestal drie injecties met een maand ertussen.
  • Vast schema: daarna injecties met steeds langere tussenpozen zolang het rustig blijft (treat-and-extend).
  • Op geleide van controle: alleen een injectie als de scan opnieuw vocht laat zien.
  • De oogarts kiest het middel en het schema dat bij uw aandoening en uw reactie past.

Welk onderzoek gaat eraan vooraf?

  • De gezichtsscherpte wordt per oog gemeten.
  • Met een OCT-scan wordt het vocht in de gele vlek in beeld gebracht. Dit wordt bij bijna elke controle herhaald.
  • Soms wordt een vaatonderzoek met kleurstof gedaan (fluorescentieangiografie).
  • Het netvlies wordt bekeken met verwijde pupil.
  • Bij diabetes wordt ook gekeken naar de rest van het netvlies.
  • Op basis van de scan bepaalt de oogarts of en wanneer de volgende injectie nodig is.

Hoe gaat het?

  • U ligt of zit achterover. Het oog wordt verdoofd met druppels.
  • De huid rond het oog en het oog zelf worden ontsmet met jodium of een ander middel.
  • Een klemmetje houdt de oogleden open.
  • De oogarts spuit het medicijn met een heel dun naaldje door het oogwit in het glasvocht. Dat duurt enkele seconden.
  • Daarna ziet u soms tijdelijk een zwevend vlekje of bolletje: dat is het medicijn.
  • De hele behandeling duurt een paar minuten en u gaat meteen naar huis.

Wat kunt u na de behandeling zelf doen?

  • Laat u brengen en halen.
  • Het oog kan de rest van de dag branderig zijn door het ontsmettingsmiddel. Wrijf er niet in.
  • Een rood vlekje op het oogwit is een onschuldig bloedinkje. Het trekt in een week of twee weg.
  • Zwem de eerste dagen niet en gebruik geen oogmake-up.
  • Test elk oog regelmatig met een Amslerkaart en ga naar alle controles en injecties, ook als u zich goed voelt.

Wat zijn de risico’s?

  • Kort na de injectie kan het oog branderig, droog of geïrriteerd zijn.
  • Een rood vlekje op het oogwit komt vaak voor en is onschuldig.
  • De oogdruk kan direct na de injectie kort stijgen.
  • Zelden, bij ongeveer 1 op de paar duizend injecties, ontstaat een ontsteking in het oog (endoftalmitis). Die vraagt snelle behandeling.
  • Zeer zelden ontstaat een netvliesscheur of netvliesloslating.

Wanneer neemt u contact op?

  • Het oog wordt in de dagen na de injectie steeds pijnlijker, roder of lichtschuwer, of u gaat slechter zien: bel dezelfde dag de kliniek. Dit kan wijzen op een ontsteking.
  • U ziet plotseling veel nieuwe vlekken, lichtflitsen of een schaduw of gordijn voor uw oog: neem dezelfde dag contact op met de kliniek, uw huisarts of de huisartsenpost.
  • Rechte lijnen gaan plotseling golven of er verschijnt een vlek midden in uw beeld: neem dezelfde dag contact op met uw huisarts of de huisartsenpost.
  • Uw zicht wordt tussen twee injecties duidelijk minder.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.