Pinguecula

Een geelwit bultje op het oogwit. Onschuldig, en behandeling is zelden nodig.

Samengevat

  • Een pinguecula is een geelwit, licht verheven plekje op het oogwit, vlak naast het hoornvlies.
  • Het is onschuldig. Het groeit niet over het hoornvlies en tast uw zicht niet aan.
  • Het ontstaat door jarenlang zonlicht (uv-straling), wind, stof en droge lucht, en komt vaker voor naarmate u ouder wordt.
  • Meestal merkt u er niets van. Soms is het plekje rood en geïrriteerd.
  • Kunsttranen helpen bij irritatie. Weghalen is zelden nodig.
  • Een zonnebril met uv-filter beschermt uw ogen.
Pinguecula: een geelwit, licht verheven plekje op het oogwit naast het hoornvlies
Pinguecula: een geelwit, licht verheven plekje op het oogwit naast het hoornvlies Red eye2008, CC BY-SA 3.0. Via Wikimedia Commons.

Wat is een pinguecula?

  • Het bindvlies is het dunne, doorzichtige slijmvlies over het oogwit.
  • Een pinguecula is een plekje in dat bindvlies waar het weefsel is veranderd. Er hopen zich eiwitten, vet en soms kalk op.
  • Het ziet eruit als een geelwit, licht verheven bultje. Het zit vlak naast het hoornvlies, meestal aan de kant van de neus en soms ook aan de kant van het oor.
  • Het zit in de ooglidspleet: het deel van het oog dat niet door de oogleden wordt bedekt.
  • Het komt veel voor, vooral vanaf middelbare leeftijd, en vaak in beide ogen.
  • Een pinguecula is goedaardig en blijft op het oogwit zitten.
  • Een pterygium lijkt erop, maar dat is een vliesje dat wel over het hoornvlies groeit.

Welke klachten horen erbij?

  • Een geelwit plekje of bultje op het oogwit, naast het gekleurde deel van het oog.
  • Meestal zijn er geen klachten.
  • Een droog, branderig of zanderig gevoel.
  • Het plekje en het oogwit eromheen kunnen rood en gezwollen worden. Dat heet pingueculitis.
  • Contactlenzen kunnen minder prettig zitten.
  • Sommige mensen vinden het plekje storend om te zien.
  • Het zicht blijft goed.

Hoe ontstaat het?

  • Jarenlange blootstelling aan zonlicht (uv-straling) is de belangrijkste oorzaak.
  • Wind, stof, zand en droge lucht dragen eraan bij.
  • Het komt vaker voor bij mensen die veel buiten werken of sporten, en bij lassers.
  • Hoe ouder u wordt, hoe vaker het voorkomt.
  • Droge ogen geven meer kans op irritatie van het plekje.
  • Een pinguecula is niet besmettelijk.

Welke vormen en stadia zijn er?

  • Rustig: een geelwit, vlak of licht verheven plekje zonder klachten. Dit is verreweg de meest voorkomende vorm.
  • Ontstoken (pingueculitis): het plekje is rood, gezwollen en gevoelig. Dit gaat meestal binnen enkele dagen tot weken over.
  • Verkalkt: in het plekje zit kalk. Het voelt harder aan en kan meer irritatie geven.
  • Overgang naar pterygium: groeit het weefsel over de rand van het hoornvlies, dan heet het een pterygium.

Hoe wordt het vastgesteld?

  • De gezichtsscherpte wordt gemeten. Die is bij een pinguecula normaal.
  • Met de spleetlamp wordt het plekje bekeken: de plaats, de grootte, de kleur en of het ontstoken is.
  • Er wordt gecontroleerd of het plekje niet over het hoornvlies groeit.
  • De traanfilm wordt beoordeeld, omdat droge ogen de klachten verergeren.
  • Soms wordt een foto gemaakt om het plekje later te kunnen vergelijken.
  • Verder onderzoek is meestal niet nodig.

Hoe wordt het behandeld?

  • Een pinguecula zonder klachten hoeft niet behandeld te worden.
  • Bij een droog of branderig gevoel helpen kunsttranen of een ooggel.
  • Is het plekje ontstoken, dan kan de arts kort ontstekingsremmende druppels voorschrijven.
  • Druppels laten het plekje niet verdwijnen.
  • Weghalen door de oogarts is zelden nodig. Het wordt alleen overwogen als het plekje steeds opnieuw ontstoken raakt, het dragen van contactlenzen belemmert of cosmetisch erg storend is.
  • De ingreep gebeurt onder plaatselijke verdoving. Er blijft soms een litteken achter en het plekje kan terugkomen.
  • Draagt u contactlenzen en geven die klachten, dan kan een andere lens of pasvorm helpen.

Wat kunt u zelf doen?

  • Draag buiten een zonnebril met uv-filter en een pet of hoed met een klep.
  • Draag een beschermende bril bij werk in stof, zand of wind, en een lasbril bij het lassen.
  • Gebruik kunsttranen zonder conserveermiddel als uw ogen droog of branderig zijn.
  • Wrijf niet in uw ogen.
  • Vermijd rook en droge, tochtige lucht zoveel mogelijk.
  • Knipper bewust en neem pauzes bij lang beeldschermwerk. Dat houdt het oog vochtig.

Wanneer neemt u contact op?

  • U ziet plotseling slechter of het oog doet erg pijn: neem dezelfde dag contact op met uw huisarts of de huisartsenpost.
  • Het plekje blijft langer dan een week rood, gezwollen of pijnlijk.
  • Het plekje groeit, of groeit over de rand van het gekleurde deel van het oog.
  • Het plekje verandert van kleur of vorm, wordt bobbelig of bloedt.
  • U gaat waziger zien.
  • Uw contactlenzen zitten niet meer goed.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.