Lensimplantatie en lensvervanging (ICL en RLE)

Een extra lens in het oog of het vervangen van de eigen lens, voor wie niet geschikt is voor ooglaseren of ook geen leesbril meer wil.

Samengevat

  • Bij een lensimplantatie (ICL of fake lens) plaatst de oogarts een extra lens in het oog, vóór uw eigen lens. Uw eigen lens blijft zitten.
  • Bij een lensvervanging (RLE) wordt uw eigen heldere lens vervangen door een kunstlens, net als bij een staaroperatie.
  • Lensimplantatie is vooral geschikt voor jongere mensen met een hoge sterkte of een te dun hoornvlies voor laseren.
  • Lensvervanging wordt vooral gedaan vanaf ongeveer 45 tot 50 jaar, vaak met een multifocale lens, zodat u ook minder een leesbril nodig heeft.
  • Na een lensvervanging krijgt u nooit meer staar in dat oog.
  • Deze behandelingen vallen meestal niet onder de basisverzekering.
Een kunstlens op een vingertop: de lens is opvouwbaar en past door een sneetje van enkele millimeters
Een kunstlens op een vingertop: de lens is opvouwbaar en past door een sneetje van enkele millimeters. Frank C. Müller, CC BY-SA 3.0. Via Wikimedia Commons.

Wat houdt het in?

  • De ooglens zit achter de pupil en stelt het beeld scherp. Tot ongeveer het 45e jaar kan de lens zelf scherpstellen voor dichtbij.
  • Bij een lensimplantatie wordt een dunne, flexibele lens via een klein sneetje in het oog gebracht. Die komt tussen de iris en uw eigen lens te liggen.
  • Die extra lens corrigeert uw sterkte, zoals een contactlens in het oog. Hij kan zo nodig weer worden verwijderd.
  • Bij een lensvervanging wordt uw eigen lens verwijderd en vervangen door een kunstlens, op dezelfde manier als bij een staaroperatie.
  • In die kunstlens is uw sterkte verwerkt, en eventueel ook een cilinder of leesgedeelte.

Wanneer is het nodig?

  • U heeft een hoge sterkte en wilt minder afhankelijk zijn van een bril of lenzen.
  • Uw hoornvlies is te dun of heeft een vorm die niet geschikt is voor laseren.
  • U bent ouder dan ongeveer 45 jaar en wilt naast uw sterkte ook minder afhankelijk zijn van een leesbril.
  • Uw eigen lens begint al wat troebel te worden.
  • Uw ogen zijn verder gezond. Het vooronderzoek bepaalt of een behandeling veilig kan.

Welke soorten zijn er?

  • Implanteerbare lens (ICL of fake lens): een extra lens vóór uw eigen lens. Uw eigen lens en het vermogen om scherp te stellen blijven behouden.
  • Lensvervanging met een monofocale kunstlens: scherp op één afstand, meestal veraf, met een leesbril voor dichtbij. Of in monovisie: het ene oog voor veraf, het andere voor dichtbij.
  • Lensvervanging met een multifocale of trifocale kunstlens: scherp op meerdere afstanden, maar soms meer last van kringen rond lampen.
  • Lensvervanging met een lens met verlengd bereik (EDOF): scherp veraf en op middenafstand, met minder kringen.
  • Torische lens: corrigeert ook een cilinder.
Een implanteerbare lens (ICL): zacht en opvouwbaar. Hij komt achter de iris te liggen, vóór de eigen lens
Een implanteerbare lens (ICL): zacht en opvouwbaar. Hij komt achter de iris te liggen, vóór de eigen lens. Greenteamochees, CC BY 3.0. Via Wikimedia Commons.
Een oog met een extra kunstlens vóór de eigen lens. De lens is van buitenaf nauwelijks te zien
Een oog met een extra kunstlens vóór de eigen lens. De lens is van buitenaf nauwelijks te zien. Ietskleiner, CC BY-SA 4.0. Via Wikimedia Commons.

Welk onderzoek gaat eraan vooraf?

  • De brilsterkte wordt nauwkeurig gemeten.
  • De lengte van het oog, de bolling van het hoornvlies en de ruimte vóór de lens worden gemeten. Bij een ICL moet er voldoende ruimte zijn.
  • De endotheelcellen aan de binnenkant van het hoornvlies worden geteld.
  • De oogdruk wordt gemeten en het netvlies wordt onderzocht met verwijde pupil. Vooral bij sterk bijziende ogen wordt goed naar zwakke plekken gezocht.
  • De traanfilm wordt beoordeeld.
  • U bespreekt met de oogarts welke lens bij uw ogen, uw leeftijd en uw wensen past.

Hoe gaat het?

  • De behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving en duurt per oog 15 tot 30 minuten.
  • De oogarts maakt een heel klein sneetje in de rand van het hoornvlies.
  • Bij een ICL wordt de opgevouwen lens ingebracht en achter de iris gepositioneerd.
  • Bij een lensvervanging wordt uw eigen lens weggehaald en een kunstlens in het lenskapsel geplaatst.
  • Meestal wordt eerst één oog behandeld en het andere enkele dagen tot weken later.
  • U gaat dezelfde dag naar huis, met een beschermkapje. U rijdt niet zelf.

Wat kunt u na de behandeling zelf doen?

  • Gebruik de oogdruppels precies zoals afgesproken.
  • Draag de eerste nachten het oogkapje en wrijf niet in het oog.
  • Vermijd de eerste week zwaar tillen, bukken en stoffig werk.
  • Zwem niet en gebruik geen oogmake-up in de eerste twee weken.
  • Bij een multifocale lens kunnen de hersenen enkele weken tot maanden nodig hebben om te wennen.
  • Rijd pas weer auto als de oogarts zegt dat het zicht voldoende is.

Wat zijn de risico’s?

  • Dit zijn operaties binnen in het oog. Complicaties zijn zeldzaam, maar het risico is niet nul.
  • Zelden ontstaat een ontsteking in het oog (endoftalmitis). Die vraagt snelle behandeling.
  • Na een lensvervanging kan nastaar ontstaan. Dat is met een YAG-laser te verhelpen.
  • Vooral bij sterk bijziende ogen is er een iets grotere kans op een netvliesloslating na een lensvervanging.
  • Bij een ICL kan de oogdruk stijgen of kan later sneller staar ontstaan.
  • Met een multifocale lens kunt u kringen rond lampen zien en is het contrast soms iets minder.

Wanneer neemt u contact op?

  • U bent pas geopereerd en het oog wordt steeds pijnlijker of roder, of u gaat slechter zien: bel dezelfde dag de kliniek waar u bent geopereerd.
  • U krijgt hoofdpijn, misselijkheid en een pijnlijk oog: bel dezelfde dag de kliniek. Dit kan wijzen op een hoge oogdruk.
  • U ziet plotseling veel nieuwe vlekken, lichtflitsen of een schaduw of gordijn voor uw oog: neem dezelfde dag contact op met de kliniek, uw huisarts of de huisartsenpost.
  • U overweegt een lensbehandeling en wilt weten of uw ogen gezond genoeg zijn.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.