Hoornvliestransplantatie (DMEK en DSAEK)

Bij Fuchs endotheeldystrofie en andere endotheelproblemen vervangt de oogarts alleen het binnenste laagje van het hoornvlies door dat van een donor.

Samengevat

  • Aan de binnenkant van het hoornvlies zit een laagje cellen dat vocht wegpompt: het endotheel.
  • Werkt dat laagje niet meer goed, zoals bij Fuchs endotheeldystrofie, dan zwelt het hoornvlies op en ziet u wazig.
  • Bij DMEK of DSAEK vervangt de oogarts alleen dat binnenste laagje door een laagje van een donor.
  • Het nieuwe laagje wordt met een lucht- of gasbel tegen het hoornvlies gedrukt. Daarom ligt u de eerste dagen veel plat op uw rug.
  • Het zicht herstelt in weken tot maanden.
  • U druppelt daarna lang om afstoting te voorkomen.
Hoornvlies na een volledige hoornvliestransplantatie, met de hechtingen rondom. Bij DMEK en DSAEK zijn meestal geen hechtingen nodig
Hoornvlies na een volledige hoornvliestransplantatie, met de hechtingen rondom. Bij DMEK en DSAEK zijn meestal geen hechtingen nodig. Indiana University School of Medicine, CC BY 2.5. Via Wikimedia Commons.

Wat houdt het in?

  • Het hoornvlies is het heldere venster vooraan het oog. Het bestaat uit meerdere lagen.
  • De binnenste laag, het endotheel, pompt vocht uit het hoornvlies. Zo blijft het helder. Deze cellen groeien niet terug.
  • Bij een endotheeltransplantatie haalt de oogarts het zieke endotheel weg via een klein sneetje.
  • Een dun laagje van een donorhoornvlies wordt opgerold in het oog gebracht en tegen de binnenkant van het hoornvlies gelegd.
  • Een lucht- of gasbel houdt het laagje op zijn plaats tot het vastzit.
  • Het donorweefsel komt van overleden mensen die weefsel hebben gedoneerd. Het wordt via een weefselbank zorgvuldig gecontroleerd.

Wanneer is het nodig?

  • Fuchs endotheeldystrofie waarbij u ook overdag wazig blijft zien, of waarbij de ochtendwaas steeds langer duurt.
  • Een gezwollen hoornvlies na een eerdere oogoperatie, bijvoorbeeld een staaroperatie, waarbij het endotheel beschadigd is.
  • Pijnlijke blaasjes op het hoornvlies door vochtophoping.
  • Een eerdere transplantatie die niet meer goed werkt.
  • De beslissing neemt u samen met de oogarts, op basis van uw klachten en de metingen.

Welke soorten zijn er?

  • DMEK: alleen het allerdunste binnenste laagje (endotheel met het vlies van Descemet) wordt vervangen. Het zicht herstelt meestal het snelst en het best, en de kans op afstoting is het kleinst.
  • DSAEK: een iets dikker laagje, met een dun stukje hoornvlies erbij, wordt vervangen. Dit is soms technisch eenvoudiger, bijvoorbeeld in een oog dat eerder is geopereerd.
  • Volledige hoornvliestransplantatie (perforerende keratoplastiek): het hele hoornvlies wordt vervangen. Dit is alleen nodig als ook de voorste lagen beschadigd of verlittekend zijn, zoals bij gevorderde keratoconus.
  • Triple-procedure: de transplantatie en een staaroperatie worden in één keer gedaan.

Welk onderzoek gaat eraan vooraf?

  • De gezichtsscherpte wordt gemeten, soms ’s ochtends en ’s middags.
  • Met de spleetlamp wordt het hoornvlies bekeken.
  • De dikte van het hoornvlies wordt gemeten. Een dik hoornvlies wijst op vochtophoping.
  • Met een speciale camera worden de endotheelcellen gefotografeerd en geteld.
  • Er wordt gekeken of er ook staar is, zodat de oogarts kan afwegen of de staaroperatie apart of tegelijk wordt gedaan.
  • Het netvlies wordt beoordeeld, omdat dat het eindresultaat mede bepaalt.

Hoe gaat het?

  • De operatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving en duurt ongeveer een uur.
  • De oogarts maakt een klein sneetje in de rand van het hoornvlies en verwijdert het zieke endotheel.
  • Het donorlaagje wordt ingebracht, uitgevouwen en met een lucht- of gasbel tegen het hoornvlies gedrukt.
  • U ligt na de operatie een tijd plat op uw rug, zodat de bel het laagje op zijn plaats houdt.
  • U gaat meestal dezelfde of de volgende dag naar huis.
  • Soms laat het laagje deels los. Dan wordt er een nieuwe luchtbel ingebracht.

Wat kunt u na de behandeling zelf doen?

  • Lig de eerste dagen zoveel mogelijk plat op uw rug, zoals afgesproken.
  • Vlieg niet en ga niet de bergen in zolang er gas in het oog zit.
  • Gebruik de druppels tegen afstoting precies zoals afgesproken. Dat is vaak maanden tot jaren, soms levenslang in een lage dosis.
  • Stop nooit zelf met de druppels.
  • Wrijf niet in het oog en draag de eerste nachten het oogkapje.
  • Ga op controle zoals afgesproken.

Wat zijn de risico’s?

  • Het donorlaagje kan deels loslaten. Dat is meestal te verhelpen met een nieuwe luchtbel.
  • Het lichaam kan het donorweefsel afstoten. Bij DMEK is die kans klein, maar niet nul. Snel behandelen is dan belangrijk.
  • De druppels tegen afstoting (corticosteroïden) kunnen de oogdruk verhogen. Daarom wordt de oogdruk regelmatig gemeten.
  • Soms werkt het donorlaagje niet goed en is een nieuwe transplantatie nodig.
  • Zelden ontstaat een ontsteking in het oog.

Wanneer neemt u contact op?

  • U heeft een hoornvliestransplantatie gehad en het oog wordt rood, pijnlijk of lichtschuw, of u gaat slechter zien: bel dezelfde dag uw oogarts. Dit kan wijzen op afstoting.
  • U bent pas geopereerd en krijgt hoofdpijn, misselijkheid en een pijnlijk oog: bel dezelfde dag de kliniek.
  • U heeft Fuchs endotheeldystrofie en de ochtendwaas trekt niet meer weg.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.