Pterygium

Een vliesje van het bindvlies groeit over het hoornvlies. Meestal onschuldig, soms hinderlijk voor het zicht.

Samengevat

  • Een pterygium is een driehoekig vliesje dat vanaf het oogwit over het hoornvlies groeit, meestal aan de kant van de neus.
  • Het is goedaardig en groeit langzaam, vaak over jaren.
  • De belangrijkste oorzaak is veel zonlicht (uv-straling), samen met wind, stof en droge lucht.
  • Vaak geeft het weinig klachten. Het oog kan wel rood, droog of branderig zijn.
  • Groeit het vliesje ver over het hoornvlies, dan kunt u waziger gaan zien.
  • Kunsttranen helpen tegen irritatie. Alleen een operatie haalt het vliesje weg, maar het kan daarna terugkomen.
Pterygium: een vliesje met bloedvaatjes groeit vanaf de neuskant over het hoornvlies
Pterygium: een vliesje met bloedvaatjes groeit vanaf de neuskant over het hoornvlies José Miguel Varas, MD, CC BY 3.0. Via Wikimedia Commons.

Wat is een pterygium?

  • Het bindvlies is het dunne, doorzichtige slijmvlies over het oogwit. Het hoornvlies is het heldere venster vooraan uw oog.
  • Bij een pterygium groeit een driehoekige plooi bindvlies, met bloedvaatjes erin, over de rand van het hoornvlies heen.
  • Het zit bijna altijd aan de kant van de neus, in de ooglidspleet: het deel van het oog dat niet door de oogleden wordt bedekt.
  • Het kan in één oog of in beide ogen voorkomen.
  • Een pterygium is goedaardig en groeit meestal langzaam, over jaren. Soms staat de groei vanzelf stil.
  • Een pinguecula lijkt erop: dat is een geelwit bultje op het oogwit dat niet over het hoornvlies groeit.

Welke klachten horen erbij?

  • Een roze of wit vliesje met bloedvaatjes op het oogwit, dat over de rand van het hoornvlies groeit.
  • Vaak zijn er geen klachten.
  • Een rood, branderig of jeukend oog, vooral bij wind, rook, droge lucht of na een dag in de zon.
  • Het gevoel dat er een zandkorrel of vuiltje in het oog zit.
  • Tranende of juist droge ogen.
  • Waziger zien, als het vliesje het hoornvlies vervormt (cilinder) of tot voor de pupil groeit.
  • Contactlenzen zitten minder prettig.

Hoe ontstaat het?

  • De belangrijkste oorzaak is jarenlange blootstelling aan zonlicht (uv-straling).
  • Het komt daarom vaker voor bij mensen die in een zonnig land zijn opgegroeid, of die veel buiten werken of sporten: in de bouw, in de landbouw, op het water of in de sneeuw.
  • Wind, stof, zand en droge lucht irriteren het oog en dragen eraan bij.
  • Droge ogen spelen mogelijk ook mee.
  • Het komt vaker voor op hogere leeftijd en iets vaker bij mannen.
  • Soms komt het in de familie voor.
  • Een pterygium is niet besmettelijk.

Welke vormen en stadia zijn er?

  • De ernst hangt af van hoe ver het vliesje over het hoornvlies is gegroeid en of het actief is.
  • Klein: het vliesje reikt net over de rand van het hoornvlies. Het zicht is normaal.
  • Matig: het vliesje groeit verder over het hoornvlies en trekt eraan. Daardoor kan een cilinder ontstaan en wordt het zicht waziger.
  • Gevorderd: het vliesje reikt tot voor de pupil en belemmert het zicht.
  • Rustig: het vliesje is dun, bleek en plat, en verandert nauwelijks.
  • Actief: het vliesje is dik, rood en gezwollen. Het geeft meer klachten en groeit sneller.
  • Teruggekeerd (recidief): na een operatie is het vliesje opnieuw aangegroeid. Dat gebeurt meestal in het eerste jaar.

Hoe wordt het vastgesteld?

  • De gezichtsscherpte en de sterkte worden gemeten. Een toenemende cilinder kan erop wijzen dat het vliesje het hoornvlies vervormt.
  • Met de spleetlamp wordt het vliesje bekeken: hoe ver het over het hoornvlies reikt, hoe dik het is en of het ontstoken is.
  • De grootte wordt gemeten en vaak met een foto vastgelegd, zodat bij controle te zien is of het groeit.
  • De traanfilm wordt beoordeeld, omdat droge ogen de klachten verergeren.
  • Soms wordt een hoornvliesscan (topografie) gemaakt om de vervorming van het hoornvlies te meten.
  • Ziet het vliesje er afwijkend uit, dan beoordeelt de oogarts of weefselonderzoek nodig is.

Hoe wordt het behandeld?

  • Een klein pterygium zonder klachten hoeft niet behandeld te worden. Controle is dan voldoende.
  • Bij irritatie helpen kunsttranen of een ooggel. Die genezen het vliesje niet, maar maken het oog rustiger.
  • Is het vliesje ontstoken, dan kan de arts kort ontstekingsremmende druppels voorschrijven.
  • Druppels laten het vliesje niet verdwijnen. Dat kan alleen met een operatie bij de oogarts.
  • Een operatie wordt overwogen als het zicht minder wordt, het vliesje de pupil nadert, de klachten ondanks druppels blijven, of als u het vliesje erg storend vindt.
  • De operatie gebeurt onder plaatselijke verdoving. De oogarts haalt het vliesje weg en bedekt de plek met een stukje van uw eigen bindvlies, dat wordt vastgezet met hechtingen of weefsellijm.
  • Na de operatie druppelt u enkele weken. Het oog is de eerste weken rood en gevoelig.
  • Een pterygium kan na de operatie terugkomen. Met een stukje eigen bindvlies is die kans veel kleiner dan wanneer het vliesje alleen wordt weggehaald.

Wat kunt u zelf doen?

  • Bescherm uw ogen tegen de zon. Draag buiten een zonnebril met uv-filter, liefst een model dat ook de zijkanten afschermt, en een pet of hoed met een klep.
  • Doe dat ook bij bewolkt weer, op het water en in de sneeuw: daar is veel uv-straling.
  • Draag een beschermende bril bij werk in stof, zand of wind.
  • Gebruik kunsttranen zonder conserveermiddel als uw ogen droog of branderig zijn.
  • Wrijf niet in uw ogen.
  • Vermijd rook en droge, tochtige lucht zoveel mogelijk.
  • Bent u geopereerd? Blijf uw ogen daarna goed tegen de zon beschermen. Dat verkleint de kans dat het vliesje terugkomt.

Wanneer neemt u contact op?

  • U ziet plotseling veel slechter of het oog doet erg pijn: neem dezelfde dag contact op met uw huisarts of de huisartsenpost.
  • U bent pas geopereerd en het oog wordt pijnlijker of roder, of u gaat slechter zien: bel uw oogarts.
  • Het vliesje groeit duidelijk, of komt dichter bij de pupil.
  • U gaat waziger zien of uw brilsterkte verandert.
  • Het oog blijft rood of geïrriteerd, ook met kunsttranen.
  • Het vliesje verandert van kleur of vorm, wordt bobbelig of bloedt.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.