Nastaar

Na een staaroperatie wordt het vliesje achter de kunstlens troebel. U ziet weer wazig, maar een korte laserbehandeling verhelpt dat.

Samengevat

  • Nastaar kan maanden tot jaren na een staaroperatie ontstaan. Het is geen terugkeer van staar.
  • Het vliesje achter de kunstlens, het lenskapsel, wordt dan troebel.
  • U ziet geleidelijk weer wazig of heeft last van verblinding, net als vóór de operatie.
  • Het is goed te behandelen met een korte, pijnloze laserbehandeling (YAG-laser).
  • Na de behandeling ziet u meestal binnen een dag weer helder. Nastaar komt daarna niet terug.
  • Ziet u na een staaroperatie weer slechter? Laat uw ogen dan onderzoeken.
Nastaar bij licht van achteren: kleine bolletjes van lenscellen (parels van Elschnig) op het lenskapsel achter de kunstlens
Nastaar bij licht van achteren: kleine bolletjes van lenscellen (parels van Elschnig) op het lenskapsel achter de kunstlens Opname uit onze praktijk.

Wat is nastaar?

  • De ooglens zit in een dun, doorzichtig zakje: het lenskapsel.
  • Bij een staaroperatie haalt de oogarts de troebele lens uit dit zakje en plaatst er een kunstlens in. De achterkant van het kapsel blijft zitten en houdt de kunstlens op zijn plaats.
  • Op dat achterste kapsel kunnen achtergebleven lenscellen gaan groeien. Daardoor wordt het kapsel troebel of gerimpeld. Dat heet nastaar.
  • De medische naam is posterieure kapselopacificatie.
  • De kunstlens zelf wordt niet troebel en hoeft niet vervangen te worden.
  • Nastaar komt vaak voor. Ongeveer één op de tien mensen krijgt het in de eerste jaren na een staaroperatie.

Welke klachten horen erbij?

  • Geleidelijk waziger of minder scherp zien, alsof u door een beslagen ruit kijkt.
  • Meer last van verblinding door tegenlicht, koplampen of de zon.
  • Minder contrast: kleuren lijken fletser.
  • Moeite met lezen of met autorijden in het donker.
  • Soms dubbelzien met één oog.
  • Een nieuwe bril helpt niet of nauwelijks.
  • Nastaar doet geen pijn en geeft geen rood oog.

Hoe ontstaat het?

  • Bij een staaroperatie blijven altijd enkele lenscellen achter in het kapsel. Die kunnen later gaan groeien.
  • Ze vormen kleine bolletjes (de parels van Elschnig) of een troebel, gerimpeld vliesje op het achterste kapsel.
  • Nastaar komt vaker voor bij jongere mensen, bij wie de cellen actiever zijn.
  • Ook diabetes, een ontsteking in het oog (uveïtis) en eerdere oogoperaties vergroten de kans.
  • Het soort kunstlens en de vorm van de rand spelen mee.
  • U kunt nastaar niet zelf voorkomen. Het is geen fout van de operatie.

Welke vormen en stadia zijn er?

  • Parels: kleine, heldere bolletjes van lenscellen op het kapsel, een beetje als kikkerdril. Dit is de meest voorkomende vorm.
  • Fibrose: het kapsel wordt wit, troebel of gerimpeld door een laagje bindweefsel.
  • Licht: het vliesje is bij onderzoek te zien, maar het zicht is nog goed.
  • Matig tot ernstig: het vliesje ligt voor de pupil en het zicht en het contrast nemen duidelijk af.

Hoe wordt het vastgesteld?

  • De gezichtsscherpte en de sterkte worden gemeten. Bij nastaar verbetert een andere brilsterkte het zicht nauwelijks.
  • Met de spleetlamp wordt het kapsel achter de kunstlens bekeken, vaak nadat de pupil met druppels is verwijd.
  • Met licht van achteren (retro-illuminatie) zijn de parels en het vliesje goed te zien.
  • Het netvlies en de gele vlek worden ook bekeken. Ook andere oorzaken kunnen het zicht na een staaroperatie verminderen.
  • Soms wordt een OCT-scan van de gele vlek gemaakt.
  • Geeft de nastaar klachten, dan volgt een verwijzing naar de oogarts voor de laserbehandeling. Die verwijzing loopt via uw huisarts of optometrist.

Hoe wordt het behandeld?

  • Met weinig klachten is behandeling niet nodig.
  • Hindert de nastaar u, dan maakt de oogarts met een YAG-laser een klein rond venster in het troebele kapsel. Dat heet een YAG-capsulotomie.
  • De behandeling duurt een paar minuten, is pijnloos en gebeurt poliklinisch. U zit achter een apparaat dat op een spleetlamp lijkt.
  • Vooraf krijgt u druppels om de pupil te verwijden, en soms druppels tegen een stijging van de oogdruk.
  • Daarna kunt u een paar uur wazig zien door de druppels. Rijd daarom niet zelf naar huis.
  • Na de behandeling ziet u vaak wat zwevende vlekjes. Die worden in enkele weken minder.
  • Het zicht is meestal binnen een dag weer helder. Nastaar komt na een geslaagde behandeling niet terug.
  • Complicaties zijn zeldzaam: een tijdelijk hogere oogdruk, een ontstekingsreactie of, heel zelden, een netvliesloslating.
Nastaar: het kapsel achter de kunstlens wordt troebel. Met de YAG-laser wordt er een venster in gemaakt
Nastaar: het kapsel achter de kunstlens wordt troebel. Met de YAG-laser wordt er een venster in gemaakt

Wat kunt u zelf doen?

  • Gaat u na een staaroperatie weer slechter zien? Wacht niet af en laat uw ogen onderzoeken.
  • Laat u na de laserbehandeling naar huis brengen.
  • Gebruik de druppels zoals afgesproken.
  • Ga op controle zoals afgesproken.
  • Draag buiten een zonnebril als u last heeft van verblinding.

Wanneer neemt u contact op?

  • U ziet na de laserbehandeling plotseling veel nieuwe vlekken, lichtflitsen of een schaduw of gordijn voor uw oog: neem dezelfde dag contact op met uw huisarts of de huisartsenpost. Dit kan wijzen op een netvliesloslating.
  • Uw oog wordt na een behandeling pijnlijk en rood, of u gaat slechter zien: bel dezelfde dag uw oogarts.
  • U ziet maanden of jaren na een staaroperatie geleidelijk weer wazig.
  • U heeft meer last van verblinding of tegenlicht.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.