Staaroperatie

De troebele ooglens wordt vervangen door een heldere kunstlens. Een korte, veilige operatie waarna de meeste mensen weer scherp zien.

Samengevat

  • Bij staar is de ooglens troebel geworden. Bij een staaroperatie vervangt de oogarts die lens door een heldere kunstlens.
  • De operatie duurt meestal 15 tot 30 minuten en gebeurt onder plaatselijke verdoving. U gaat dezelfde dag naar huis.
  • Er wordt één oog tegelijk geopereerd. Het andere oog volgt meestal na enkele weken.
  • De meeste mensen zien binnen enkele dagen tot weken duidelijk beter.
  • Na de operatie druppelt u enkele weken en bent u voorzichtig met uw oog.
  • Maanden tot jaren later kan nastaar ontstaan. Dat is met een korte laserbehandeling goed te verhelpen.
Tijdens een staaroperatie plaatst de oogarts een opgevouwen kunstlens in het oog
Tijdens een staaroperatie plaatst de oogarts een opgevouwen kunstlens in het oog. U.S. Navy, publiek domein. Via Wikimedia Commons.

Wat houdt het in?

  • De ooglens zit achter de pupil en stelt het beeld scherp. Bij staar (cataract) wordt de lens troebel.
  • Bij een staaroperatie maakt de oogarts een heel klein sneetje in de rand van het hoornvlies.
  • De troebele lens wordt met geluidsgolven (fako-emulsificatie) in kleine stukjes gemaakt en weggezogen.
  • Het dunne zakje waar de lens in zat, het lenskapsel, blijft zitten. Daarin wordt een opgevouwen kunstlens geplaatst, die zich vanzelf ontvouwt.
  • De kunstlens blijft levenslang zitten en hoeft niet vervangen te worden.
  • Het sneetje is zo klein dat het meestal zonder hechting dichtgaat.

Wanneer is het nodig?

  • U ziet wazig of minder scherp, ook met een bril.
  • U heeft last van verblinding door tegenlicht, de zon of koplampen in het donker.
  • Kleuren lijken fletser of geler.
  • Lezen, autorijden of andere dagelijkse dingen gaan moeilijker.
  • Uw brilsterkte verandert vaak, of een nieuwe bril helpt niet meer.
  • U haalt de eisen voor het rijbewijs niet meer.
  • De beslissing om te opereren neemt u samen met de oogarts. Staar is geen spoed: u bepaalt mede wanneer de klachten hinderlijk genoeg zijn.

Welke soorten zijn er?

  • Standaard kunstlens (monofocaal): u ziet scherp op één afstand, meestal veraf. Voor lezen heeft u daarna een leesbril nodig.
  • Torische kunstlens: corrigeert ook een cilinder (astigmatisme), zodat u minder afhankelijk bent van een bril.
  • Multifocale of trifocale kunstlens: geeft scherp zicht op meerdere afstanden. Er kan wel meer last van kringen rond lampen zijn.
  • Lens met verlengd bereik (EDOF): scherp veraf en op middenafstand, met minder kringen dan een multifocale lens.
  • Monovisie: het ene oog wordt scherp voor veraf, het andere voor dichtbij.
  • De standaardlens wordt vergoed. Een speciale lens vaak niet of maar deels: vraag dit na bij uw zorgverzekeraar.
Een kunstlens op een vingertop: de lens is opvouwbaar en past door een sneetje van enkele millimeters
Een kunstlens op een vingertop: de lens is opvouwbaar en past door een sneetje van enkele millimeters. Frank C. Müller, CC BY-SA 3.0. Via Wikimedia Commons.

Welk onderzoek gaat eraan vooraf?

  • De gezichtsscherpte en de brilsterkte worden gemeten.
  • De staar en de rest van het oog worden bekeken met de spleetlamp, meestal na het verwijden van de pupil.
  • De lengte van het oog en de bolling van het hoornvlies worden gemeten. Daarmee wordt de sterkte van de kunstlens berekend (biometrie).
  • Het netvlies en de gele vlek worden beoordeeld, soms met een OCT-scan. Een probleem daar kan het resultaat beperken.
  • De oogarts bespreekt welke kunstlens bij u past en welke sterkte u wilt: scherp veraf of juist dichtbij.
  • Draagt u contactlenzen? Dan moet u die vaak een tijd voor de metingen uit laten.

Hoe gaat het?

  • U krijgt druppels om de pupil te verwijden en om het oog te verdoven. Soms krijgt u een prikje naast het oog.
  • U ligt op uw rug. Het oog wordt schoongemaakt en afgedekt. U bent wakker, maar voelt geen pijn.
  • U ziet licht en soms kleuren. U hoeft alleen stil te liggen en in het licht te kijken.
  • De oogarts verwijdert de troebele lens en plaatst de kunstlens.
  • Na afloop krijgt u een kapje op het oog en mag u naar huis. U rijdt niet zelf.
  • De volgende dag of na enkele dagen is er een controle. Na ongeveer 4 tot 6 weken krijgt u zo nodig een nieuwe bril.

Wat kunt u na de behandeling zelf doen?

  • Gebruik de oogdruppels precies zoals afgesproken, meestal enkele weken.
  • Draag de eerste nachten het oogkapje, zodat u niet in uw oog wrijft.
  • Wrijf en druk niet op het oog.
  • Vermijd de eerste week zwaar tillen, bukken met het hoofd naar beneden en stoffig werk.
  • Zwem niet en gebruik geen oogmake-up in de eerste twee weken.
  • Douchen en haren wassen mogen, maar zorg dat er geen water of zeep in het oog komt.
  • Rijd pas weer auto als de oogarts of optometrist zegt dat uw zicht voldoende is.

Wat zijn de risico’s?

  • Een staaroperatie is een van de meest uitgevoerde en veiligste operaties. Complicaties zijn zeldzaam.
  • Kort na de operatie kan het oog wat rood, branderig of droog zijn. Dat trekt meestal binnen enkele weken weg.
  • Nastaar: het kapsel achter de kunstlens wordt later troebel. Dit is goed te behandelen met een YAG-laser.
  • Zwelling van de gele vlek (macula-oedeem) kan enkele weken na de operatie het zicht verminderen. Dit is meestal goed te behandelen met druppels.
  • Zelden ontstaat een ontsteking in het oog (endoftalmitis) of een netvliesloslating. Die vragen snelle behandeling.
  • Het eindresultaat kan iets afwijken van de berekende sterkte. Een bril corrigeert dat meestal.

Wanneer neemt u contact op?

  • U bent pas geopereerd en het oog wordt steeds pijnlijker of roder, of u gaat slechter zien: bel dezelfde dag de kliniek waar u bent geopereerd. Dit kan wijzen op een ontsteking.
  • U ziet plotseling veel nieuwe vlekken, lichtflitsen of een schaduw of gordijn voor uw oog: neem dezelfde dag contact op met de kliniek, uw huisarts of de huisartsenpost. Dit kan wijzen op een netvliesloslating.
  • U heeft na de operatie last van misselijkheid of hoofdpijn met een pijnlijk oog.
  • U ziet maanden of jaren na de operatie geleidelijk weer wazig.
  • U denkt dat u staar heeft en het zicht hindert u bij lezen, autorijden of werk.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.