Ooglaseren (LASIK, PRK en SMILE)

Met een laser wordt de vorm van het hoornvlies aangepast, zodat u minder of geen bril of lenzen nodig heeft.

Samengevat

  • Bij ooglaseren wordt de bolling van het hoornvlies met een laser aangepast. Zo wordt bijziendheid, verziendheid of een cilinder gecorrigeerd.
  • De meest gebruikte technieken zijn LASIK, PRK en SMILE.
  • De behandeling duurt per oog maar enkele minuten en doet weinig pijn.
  • Niet iedereen is geschikt. Uitgebreid vooronderzoek is daarom nodig.
  • Ooglaseren lost de leesbril rond het 45e levensjaar niet op.
  • Ooglaseren valt meestal niet onder de basisverzekering.
Tijdens het ooglaseren ligt u onder de laser en kijkt u naar een lampje
Tijdens het ooglaseren ligt u onder de laser en kijkt u naar een lampje. Peretz Partensky, CC BY 2.0. Via Wikimedia Commons.

Wat houdt het in?

  • Het hoornvlies is het heldere venster vooraan het oog. Het zorgt voor het grootste deel van de lichtbreking.
  • Bij bijziendheid is het oog te lang of het hoornvlies te bol, waardoor u veraf wazig ziet. Bij verziendheid is het andersom.
  • Bij een cilinder (astigmatisme) is het hoornvlies niet overal even bol.
  • Met een laser wordt een heel klein beetje hoornvliesweefsel weggehaald. Zo krijgt het hoornvlies precies de vorm die de afwijking corrigeert.
  • Het resultaat is blijvend. Het oog kan in de loop van de jaren wel nog wat veranderen.

Wanneer is het nodig?

  • U wilt minder afhankelijk zijn van een bril of contactlenzen, bijvoorbeeld voor werk of sport.
  • U verdraagt contactlenzen niet meer goed.
  • Uw sterkte is minstens een jaar stabiel en u bent meestal minimaal 18 jaar.
  • Uw hoornvlies is dik genoeg en heeft een normale vorm.
  • Ooglaseren is meestal niet geschikt bij keratoconus, ernstige droge ogen, zwangerschap, sommige auto-immuunziekten of een zeer hoge sterkte.

Welke soorten zijn er?

  • LASIK: de oogarts maakt met een laser een dun klepje in het hoornvlies, laserd het weefsel eronder en legt het klepje terug. Het zicht herstelt snel en het doet weinig pijn.
  • PRK (of LASEK): het buitenste laagje van het hoornvlies wordt weggehaald en de laser behandelt het oppervlak. Er is geen klepje, maar de eerste dagen zijn pijnlijk en het zicht herstelt langzamer. Geschikt bij een dunner hoornvlies of bij contactsporten.
  • SMILE: de laser maakt binnen in het hoornvlies een dun schijfje, dat via een klein sneetje wordt verwijderd. Er is geen klepje en het sneetje is klein.
  • Niet geschikt voor laseren? Dan kan soms een lensimplantatie of lensvervanging een oplossing zijn.

Welk onderzoek gaat eraan vooraf?

  • De brilsterkte wordt nauwkeurig gemeten, ook met druppels die het scherpstellen tijdelijk uitschakelen.
  • Met een hoornvliesscan worden de vorm en de dikte van het hoornvlies gemeten. Zo wordt onder andere keratoconus uitgesloten.
  • De traanfilm wordt beoordeeld, omdat droge ogen na laseren kunnen toenemen.
  • De pupilgrootte en de rest van het oog, ook het netvlies, worden onderzocht.
  • Contactlenzen moet u vaak een tijd voor het onderzoek uit laten, omdat ze de vorm van het hoornvlies beïnvloeden.
  • U bespreekt met de oogarts wat u kunt verwachten en wat de risico’s zijn.

Hoe gaat het?

  • Het oog wordt verdoofd met druppels. U ligt op uw rug onder de laser.
  • Een klemmetje houdt de oogleden open. U kijkt naar een lampje.
  • De laser werkt enkele seconden tot een minuut. Een volgsysteem houdt rekening met kleine oogbewegingen.
  • Meestal worden beide ogen op dezelfde dag behandeld.
  • Na afloop krijgt u druppels en soms een beschermkapje. U gaat meteen naar huis, maar rijdt niet zelf.
  • De volgende dag of na enkele dagen is er een controle.

Wat kunt u na de behandeling zelf doen?

  • Laat u brengen en halen.
  • Wrijf de eerste weken niet in uw ogen en draag ’s nachts de beschermkapjes als die zijn meegegeven.
  • Gebruik de druppels en kunsttranen zoals afgesproken.
  • Gebruik de eerste week geen oogmake-up en zwem niet.
  • Vermijd de eerste weken stof, rook en contactsporten.
  • Rijd pas weer auto als de oogarts zegt dat uw zicht voldoende is.

Wat zijn de risico’s?

  • Droge ogen zijn de meest voorkomende bijwerking. Die worden meestal in enkele maanden minder.
  • In het begin kunt u meer last hebben van kringen of verblinding rond lampen in het donker.
  • Soms is het resultaat niet helemaal op sterkte. Een kleine nabehandeling of een bril kan dan nodig zijn.
  • Bij LASIK kunnen er zelden problemen met het klepje zijn.
  • Zelden ontstaat een infectie of wordt het hoornvlies later te zwak en gaat het uitbollen (ectasie). Goed vooronderzoek verkleint die kans.
  • Vanaf ongeveer 45 jaar heeft u, net als iedereen, een leesbril nodig.

Wanneer neemt u contact op?

  • U bent pas gelaserd en het oog wordt steeds pijnlijker of roder, of u gaat slechter zien: bel dezelfde dag de kliniek. Dit kan wijzen op een infectie.
  • U heeft na een LASIK-behandeling een klap of stoot tegen het oog gehad en ziet daarna slechter: bel dezelfde dag de kliniek.
  • Uw ogen blijven droog of branderig, ook met kunsttranen.
  • U overweegt ooglaseren en wilt weten of uw ogen gezond genoeg zijn.
  • Laat in die gevallen uw ogen onderzoeken door een optometrist of vraag uw huisarts om een verwijzing.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek. Twijfelt u, of veranderen uw klachten? Neem dan contact op met uw eigen huisarts.